De bamboe dwarsfluit

Flute_Arun_sculpture_Arun_300web

Tekst: Ludwig Pesch | Art: Arun V.C.

Mythes, afbeeldingen en een uit de Indiase oudheid overgeleverde verhandeling over het muziektheater geven een indruk hoe geliefd de fluit was. Zo weten we dat ze al lang als een volwaardig muziekinstrument werd ingezet. Naar gelang de streek wordt ze anders aangeduid, bijvoorbeeld als kuzhal in het Tamil (spreek uit als “kulal” of “kural”); en als bansuri in Noord-India. In gedichten, liederen, dans en film komen ook benamingen voor als venu en murali, waarmee gelijk wordt verwezen naar Krishna, de herder en fluitspeler “met de donkere huid”.

De vroege Tamil en Sanskrit dichtkunst beschrijft het ontstaan van de eerste fluit, zonder toedoen van de mens: doordat zwarte hommels hun nesten bouwen in bamboebossen laten ze gaten achter in de stengels. Die gaten komen in grootte overeen met de blaas- en vingeropeningen van de huidige bamboe dwarsfluit. De wind zorgt dan voor het laten klinken van natuurlijke tonen. Ook het melodieuze gezang van vogels in al zijn nuances vormt een inspiratiebron voor de nauw met de natuur verbonden mens. Dit alles bevordert een muzikale symbiose die op veel plaatsen steeds opnieuw ontstaat.

Het verrast daarom niet dat Pannalal Ghosh, de pionier van de Hindoestaanse fluitmuziek, in zijn jeugd werd beïnvloed door tribale musici van het noord-oostelijke Santal-volk.

Bij Rabindranath Tagore (1861-1941), die te midden van Santal-dorpen zijn wereldberoemde school Santiniketan stichtte, komen we het ‘Oneindige Wezen’ tegen als fluitspeler: de ‘muziek van de schoonheid en de liefde’ lokt ons weg uit onze egocentrische beperking.1

Voor velen kom ik over als dom en onhandig. Soms beschouw ik me als een fluit die niet kan praten maar zingt dankzij je adem“.2

Hier plaatst zich de dichter, pedagoog en invloedrijke geleerde in een lange traditie, die barrières van taal en godsdienst weet te slechten dankzij de muziek. Zo laat Tagore ons de rol van de bamboefluit voelen als het meest ‘democratische’ van alle muziekinstrumenten.

*

L Pesch flute

Ludwig Pesch specialiseerde zich op de Zuid-Indiase bamboe dwarsfluit, toen hij studeerde bij Ramachandra Shastry aan de Kalakshetra kunstacademie in Chennai. Samen met zijn leraar gaf hij concerten bij talrijke gelegenheden.

In samenwerking met twee universiteiten ontwikkelde hij e-learning cursussen (www.carnaticstudent.org). Hij schreef het handboek The Oxford Illustrated Companion to South Indian Classical Music.

Hij ontwikkelt programma’s waardoor elementen uit de Indiase muziek voor iedereen toegankelijk worden – voor elke leeftijdsgroep, zowel met als zonder muzikale ervaring.

Nederlandse vertaling: Mieke Beumer

Notes & references
  1. Bron: ‘Meine Erinnerungen an Einstein’ (1931) in Das Goldene Boot, Winkler Weltliteratur, Blaue Reihe, 2005[]
  2. “Very often I think and feel that I am like a flute – the flute that cannot talk but when the breath is upon it, can sing” schreef Rabindranath Tagore uit London aan zijn vertaler, de Nederlandse schrijver Frederik van Eeden, London op 9 augustus 1913[]

The tambura (tanpura)

Tambura_sculpture_Arun

The tambura – also known as tanpura – has long served as India’s most important accompaniment. It accompanies vocal and instrumental performers as well as dance musicians. It has embellished the salons of nobles, merchants and courtisans long before its arrival on the modern concert stage.

Its present form with four strings has been known since the 17th century. It combines the properties of two types of instruments, namely the ancient zither (veena or been) and the present long-necked lute (Sarasvati veena, sitar). Its function and manner of playing distinguishes the tambura from similar instruments used in neighbouring countries. This is because Indian musicians have used a fundamental note since about the 13th century.

Hundreds of melody types – known as raga (lit.’colours’) – have since been created, rediscovered and analysed. They all arise from a fundamental note, known as ‘sadja’, which is articulated as ‘Sa’ during a lesson or vocal performance.

The fundamental note is continuously sounded as the tambura’s ‘supporting’ or ‘base’ note (the bourdon or drone of western music). It is freely chosen in accordance with the vocal or instrumental range of the main performer.

With these basic elements composers, musicians and dancers are able to evoke any conceivable mood or aesthetic experience (rasa). This requires no more than a few additional notes, usually arranged in a particular sequence by which they are readily recognised by discerning listeners. The notes heard in any given raga are drawn from among the proverbial ‘seven notes’ (saptasvara). A competent musician also knows which notes need to be modified by means of embellishments (gamaka) and subtle shades achieved by intonation (sruti).

Text: Ludwig Pesch | Nederlands | Deutsch | Art: Arun VC

Listen to this tambura, played by Ludwig Pesch
Tanjore-style Carnatic tambura.JPG
Photo (C) Martin Spaink Wikimedia

Die Tambura

Tambura_sculpture_Arun

Das wichtigste Begleitinstrument Indiens zierte die Salons von Fürsten, Kaufleuten und Kurtisanen. Seit dem frühen 20. Jahrhundert beflügelt der Klangreichtum gerade dieses Instruments die Fantasie eines neu entstehenden Konzertpublikums. Seither ist die aktive Teilnahme von Rasika genannten Musikliebhabern nicht mehr aus dem Musikleben Indiens wegzudenken.

Die Tambura (Tānpūra in Nordindien) hat meist vier Saiten. Ihre heutige Form ist seit dem 17. Jahrhundert bekannt und vereinigt Merkmale der indischen Zither (Vīnā oder Bīn) mit denen der Langhalslaute.

Von ähnlichen Instrumenten benachbarter Regionen (Tanbur) unterscheidet es sich sowohl durch seine Funktion als durch seine Spielweise. Spätestens seit dem 13. Jahrhundert bedienen indische Musiker sich nämlich eines Grundtons “Sa”, den sie – je nach Stimmlage oder Soloinstrument – frei wählen können.

Als Halteton (Bordun) bildet “Sa” den Ausgangspunkt für melodische Gestalten, die man mit “Färbung des Geistes” (Rāga), also Gefühlsausdruck, bezeichnet. Ein reicher Fundus recht unterschiedlicher Ragas ermöglicht es, jede nur denkbare Stimmung (Rasa) auszudrücken. 

Auf dieser scheinbar einfachen Grundlage entwickelten sich 72 Tonleitern als Orientierung für Komponisten, Musiker und Tänzer. Zudem schafft die Tambura ein geeignetes Umfeld, in dem der musikalische und poetische Ausdruck vieler Epochen und Kulturen zu einem Ganzen zusammenwachsen – und doch immer persönlich – bleiben konnte.

Text: Ludwig Pesch | English | Nederlands
Zeichnung: Arun VC

Hörbeispiel: die hier abgebildete Tambura, gespielt von Ludwig Pesch
Tanjore-style Carnatic tambura.JPG
Photo (C) Martin Spaink Wikimedia

De tambura

Tambura_sculpture_Arun

Het belangrijkste begeleidingsinstrument van India – ook bekend als tanpura – sierde de salons van vorsten, kooplieden en courtisanes lang voordat het ruim een eeuw geleden zijn intocht deed in het openbare concertleven. Zijn huidige vorm, meestal met vier snaren, is sinds de zeventiende eeuw bekend. Het verenigt in zich kenmerken van de Indiase citer (vina of bin) met die van de langhals-luit. Van gelijkvormige instrumenten uit aangrenzende regio’s onderscheidt het zich zowel door haar functie als door de wijze van bespelen: waarschijnlijk al vanaf de dertiende eeuw gebruiken Indiase musici namelijk de grondtoon ‘Sa’. Deze wordt vrij gekozen overeenkomstig de stem van de zanger of het stemregister van het solo-instrument. Als steuntoon (bourdon) vormt hij het uitgangspunt voor melodische vormen, die men als raga (kleurschakering) aanduidt. Een rijke schat van zeer uiteenlopende raga’s maakt het zowel componisten als musici mogelijk elke denkbare stemming (rasa) uit de drukken

Tekst: Ludwig Pesch, vertaald door Mieke Beumer | Art: Arun VC

Luister naar de klank van deze tambura, bespeeld door Ludwig Pesch
Tanjore-style Carnatic tambura.JPG
Photo © Martin Spaink Wikimedia

Deutsch | English | oor_spel >>

Slideshow | India Inspiration – Tropenmuseum Amsterdam

For ten years this exhibition celebrated the sources of inspiration shared by Indian and Western artists; and at the same time, it traced the role of migrants from India via Suriname through songs, memorabilia, and documentary film footage.

Concept and research: Ludwig Pesch (www.aiume.org) in collaboration with museum staff and Architectenbureau Jowa (www.jowa.nl). On display until 2017.

Photographs © Ludwig Pesch

This exhibition was one of the five themes in the exhibition “Round and About India”: Wanderings

Amsterdam-Museum-Tropen_Visit

Storytellers and actors brought their stories to every corner of India. Today their narrative boxes, scrolls and performances are increasingly being replaced by modern mediums, but they have not yet disappeared.

India is a country of stories and storytellers. Opportunities abound in the exhibition Round and About India to watch and listen to narratives about people, ideas and objects. Every item has a tale, every person has something to tell. Whether it is festivals and processions, commerce and history, gods and heroes, pilgrimages and wanderings.

In this exhibition these stories are the central features of performances in dance, theatre and music.