Soms beschouw ik me als een fluit die niet kan praten maar zingt – Rabindranath Tagore

Tagore in Amsterdam door Martin Monickendam >>

Vriend, mijn hart gaat naar u uit. Helaas communiceer ik niet zo goed in een taal die niet de mijne is. Het liefst doe ik dit in liedjes. Die drukken het meest dierbare in me uit. Ofwel het beste uit zich spontaan en oncontroleerbaar in schoonheid.

Voor velen kom ik over als dom en onhandig. Soms beschouw ik me als een fluit die niet kan praten maar zingt dankzij je adem.

Zonder twijfel heeft de lectuur van mijn boek u al een betere indruk van me gegeven dan een persoonlijke ontmoeting; want het lichaam van de lamp is donker, het heeft geen uitdrukking, alleen zijn vlam heeft de taal. 1

Rabindranath Tagore in een brief aan zijn Nederlandse vertaler: niemand minder dan de dichter, toneelschrijver, romanschrijver en essayist Frederik van Eeden (1860 – 1932) 2

  1. Vrije, beknopte vertaling door Ludwig Pesch; bron: Letter#2: Rabindranath to Van Eeden, August 9, 1913 in “Tagore in The Netherlands” by Liesbeth Meyer[]
  2. Voor details, zie Abstract “Van Eeden en Tagore. Ethiek en muziek” door Rokus de Groot in Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, D. 49ste, Afl. 2de (1999), pp. 98-147[]

De bamboe dwarsfluit

Tekst: Ludwig Pesch

Mythes, afbeeldingen en een uit de Indiase oudheid overgeleverde verhandeling over het muziektheater geven een indruk hoe geliefd de fluit was. Zo weten we dat ze al lang als een volwaardig muziekinstrument werd ingezet. Naar gelang de streek wordt ze anders aangeduid, bijvoorbeeld als kuzhal in het Tamil (spreek uit als “kulal” of “kural”); en als bansuri in Noord-India. In gedichten, liederen, dans en film komen ook benamingen voor als venu en murali, waarmee gelijk wordt verwezen naar Krishna, de herder en fluitspeler “met de donkere huid”.

Art: Arun VC >>

De vroege Tamil en Sanskrit dichtkunst beschrijft het ontstaan van de eerste fluit, zonder toedoen van de mens: doordat zwarte hommels hun nesten bouwen in bamboebossen laten ze gaten achter in de stengels. Die gaten komen in grootte overeen met de blaas- en vingeropeningen van de huidige bamboe dwarsfluit. De wind zorgt dan voor het laten klinken van natuurlijke tonen. Ook het melodieuze gezang van vogels in al zijn nuances vormt een inspiratiebron voor de nauw met de natuur verbonden mens. Dit alles bevordert een muzikale symbiose die op veel plaatsen steeds opnieuw ontstaat.

Het verrast daarom niet dat Pannalal Ghosh, de pionier van de Hindoestaanse fluitmuziek, in zijn jeugd werd beïnvloed door tribale musici van het noord-oostelijke Santal-volk.

Bij Rabindranath Tagore (1861-1941), die te midden van Santal-dorpen zijn wereldberoemde school Santiniketan stichtte, komen we het ‘Oneindige Wezen’ tegen als fluitspeler: de ‘muziek van de schoonheid en de liefde’ lokt ons weg uit onze egocentrische beperking.1

Voor velen kom ik over als dom en onhandig. Soms beschouw ik me als een fluit die niet kan praten maar zingt dankzij je adem“.2

Hier plaatst zich de dichter, pedagoog en invloedrijke geleerde in een lange traditie, die barrières van taal en godsdienst weet te slechten dankzij de muziek. Zo laat Tagore ons de rol van de bamboefluit voelen als het meest ‘democratische’ van alle muziekinstrumenten.

*

L Pesch flute

Ludwig Pesch specialiseerde zich op de Zuid-Indiase bamboe dwarsfluit, toen hij studeerde bij Ramachandra Shastry aan de Kalakshetra kunstacademie in Chennai. Samen met zijn leraar gaf hij concerten bij talrijke gelegenheden.

In samenwerking met twee universiteiten ontwikkelde hij e-learning cursussen (carnaticstudent.org). Voor muziekliefhebbers en docenten heeft hij een handboek geschreven, The Oxford Illustrated Companion to South Indian Classical Music. Voor het Concertgebouw Amsterdam heeft hij teksten bijgedragen naar aanleiding van het India Festival in Amsterdam in 2008 (b.v. “Wat is een raga” gepubliceerd in Preludium).

Hij ontwikkelt programma’s waardoor elementen uit de Indiase muziek voor iedereen toegankelijk worden – voor elke leeftijdsgroep, zowel met als zonder muzikale ervaring.

Nederlandse vertaling: Mieke Beumer

  1. Bron: ‘Meine Erinnerungen an Einstein’ (1931) in Das Goldene Boot, Winkler Weltliteratur, Blaue Reihe, 2005[]
  2. “Very often I think and feel that I am like a flute – the flute that cannot talk but when the breath is upon it, can sing” schreef Rabindranath Tagore uit London aan zijn vertaler, de Nederlandse schrijver Frederik van Eeden, London op 9 augustus 1913[]

Über die Musiktraditionen Südindiens

Tyagaraja (1767-1847) as visualised by S. Rajam
Tyagaraja (1767-1847) visualised by S. Rajam >>

Die traditionelle indische Auffassung von Kunst lässt sich auf Bharatas Handbuch der Dramaturgie, das Natya Shastra (ca. 2. nachchristliches Jh.) zurückführen. Alle Künste, die im antiken indischen Theater zur Entfaltung kamen, hatten Gita – Musik und Lyrik – als verbindlichen gemeinsamen Nenner. Daraus beziehen bis heute Vertreter von Tanz, Schauspiel, Mime, Puppenspiel, Poesie, Malerei, Skulptur wie auch Architektur ihre Inspiration. So fanden sie auch Anschluss am weltweiten Zusammenspiel verschiedenster Stile und Medien.

Traditionell ist ästhetisches Empfinden – Rasa (“Geschmack”, “Essenz”, “Gemütsbewegung”) – das höchste Ziel künstlerischer Tätigkeit. Der bewusste Umgang damit erfordert das einfühlsame Verständnis psychologischer Phänomene (vergleichbar mit den Affekten der westlichen Tradition). Nicht nur dem Künstler, sondern auch dem Publikum erschließt sich der kreative Umgang mit dem Gehörten, Gesehenen und Erlebten, weil statt detaillierter “Werke” die kontextbezogene, oft improvisatorische Gestaltung vorgezogen wird.

Die “karnatische” Musik Südindiens gewährt noch heute lebendige Einblicke in das gesamtheitliche Kunsterleben der hellenistischen Welt. Diese Region unterhielt Handelsbeziehungen mit dem römischen Reich auf dem Höhepunkt seiner Ausdehnung.

Aller indischen Musik liegt die menschliche Stimme zugrunde. Sie dient zur Vermittlung von Melodie, Melismatik, Rhythmus und Ausdruck (Bhava). Es gibt somit keine Abgrenzung zwischen gesanglichem und instrumentalem Musizieren, obwohl natürlich jede Gattung ihre jeweiligen Spezialitäten besitzt.

Die Überwindung sprachlicher Barrieren wurde in einer Kultur, die Dutzende von Sprachen, Schriften und Hunderte von Dialekten kennt, früh als Vorteil instrumentalen Musizierens erkannt. Jedoch haben auch von Instrumentalisten gespielte Kompositionen spezifische Liedtexte, deren Inhalte bzw. Gefühlsgehalt es intuitiv zu vermitteln gilt.

In der südindischen Musik – Karnataka Sangitam (“orthodoxe” oder “klassische” Musik) – besteht für viele das Ziel ihres Musizierens darin, eine im Alltag verloren gewähnte Einheit oder Harmonie zwischen innerem und äußeren, individuellem und universellem, überliefertem und spontanem Erleben und Bewusstsein wieder herzustellen (Yoga). Die religiösen und philosophischen Ideale, die in Liedtexten zum Ausdruck kommen, sind jedoch recht unterschiedlich. Schon deshalb können sie keine Träger verbindlicher Glaubensinhalte sein, wie das mitunter in der europäischen Kultur der Fall war.

Mit der südindischen Musik lebt also eine alte Musiktradition kontinuierlich weiter. Ihre orthodoxen Vertreter berufen sich auf heilige Schriften wie die Veden und Upanishaden sowie auf anonyme Weise (Rishis). Andere lassen sich von mittelalterlichen Mystikern wie den Nayanmars, Alvars, Jayadeva, Tiruvalluvar, Kabir, Mira Bai, Purandara Dasa und späteren Komponisten wie Tyagaraja (1767-1847) inspirieren.  Sie propagierten das Ideal von Musik als Schlüssel zur Selbstfindung oder Erlösung des Individuums von Konflikten oder Zwängen. Auch soziale Reformen wurden und werden bis heute thematisiert.

So sollte niemand von der aktiven Teilnahme am Musikleben ausgeschlossen werden. Dafür wurden zahllose didaktische Kompositionen (Alamkaram, Svarajati, Varnam) und einfache Lieder (Gitam, Padam, Kirtanam) geschaffen. Noch immer machen es sich viele Lehrer zur Aufgabe, Angehörigen aller Gesellschaftsschichten und Bevölkerungsgruppen Freude am aktiven Musizieren zu vermitteln und ein Leben lang zu erhalten.

Text: Ludwig Pesch

How prehistoric societies were transformed by the sound of music

Amidst lively debates within and beyond India, 1 these perspectives on our shared legacy make interesting reading:

  • Savithri Rajan who believed that Tyagaraja, like these other great men, was always meditating, but his medium of expression was nādam, “sound”. 2
  • In the introduction to his unfinished yet voluminous magnum opus Karunamirtha Sagaram, titled “The dignity and Origin of music”, Abraham Pandither 3 entices readers to embark on a virtual journey through time and space; a discovery of nature that for him would have gone hand in hand with musical evolution if not advanced civilization itself.
  • A summary of findings by archaeologists titled “How prehistoric societies were transformed by the sound of music“. 4

Learn more

Read excerpts from Abraham Pandither’s work (Karunamirtha Sagaram, 1918 ed., pp. 4-5)

The devotees who worshiped the deity in such a manner, found Him, according to the several conceptions, either as a King, or as a parent, or as a Guru, or as a timely helper, or as one who relieved them from all difficulties, or as a loving son, or is the loving bride-groom, and gave vent to the feelings in singing His praises; some worshipped by prostrating themselves before Him; some prayed to Him to deliver them from all their troubles; some prayed for the gift of obtaining whatever they desired; some bewailed their fate owing to separation from the deity; some, who realized His presence in themselves, danced for joy; many who desired His presence sent messengers for enquiry; others, filled with love, praised Him fervently. They described His several virtues and told the others about them by means of verse. They deplored their own unworthiness; conscious of their own faults, they implored pardon; some, owing to intense love, were so taken up with the contemplation of His image that they completely forgot this world and their food. […] 

p. 5 

In the same manner, little children, playing in the streets, rolled the leaves of the Poovarasu tree [“Indian tulip” or “umbrella tree”], made the kind of reed out of the thinner end and produced music by blowing through it finding that the sound was in proportion to the size and the mouthpiece, they played together three or four such reeds and felt elated when they found a certain kind of harmony existing between them. Then they may reeds out of the stems of the leaves of the pumpkin and attached rolled up leaves to them and were delighted to find that the sound was either dull of bright in proportion to the length of the rolled up leaves. Of these, those those who had a special ear for Music when they advanced in age, made reeds of horns, conches and bamboo, and later on of wood, gold, silver and brass of various shapes. In the same way, they made progress in stringed instruments. They found that Music could be produced by tying the bent ends of a stick together, either by a rope or a string. They proceeded to bend big bamboos in the form of a bow by means of leather thongs, tied bells to them to keep time, and sang those particular songs used on the occasions of using  bows. Finding by that strings, either metallic or of catgut, sound better when passing through the medium of a vessel full of air or a box or a dried Sorakkai [bottle gourd] with its contents scooped out, made instruments like the […], adjusted the strings to suit their voices and send the praises of the deity. […] From these beginnings, music with its new with its few fundamental rules, is making progress. 

aiume logo
Art © Arun VC
  1. increasingly so pertaining to religious (or caste) affiliation, ownership or cultural appropriation[]
  2. “Savithri Rajan believes that Tyagaraja, like these other great men, was always meditating, but his medium of expression was nādam, ‘sound’ – he was an aspirant who followed nādopāsana, the approach or worship by way of sound. She points out that Tyagaraja composed a song beginning with the word nādopāsana saying there is nothing higher than worship via sound, music is the best vehicle because Brahman is nādam – divine sound – which is the omnipresent, omniscient power, ‘call it Power with a capital ‘P’, call it God, call it Christ, call it Krsna, call it Rāma.'” – Excerpt from: Tyagaraja and the Renewal of Tradition: Translations and Reflections by William Jackson (Delhi: Motilal Banarsidas, 1994), pp. 174-175
    https://search.worldcat.org/en/title/878687716
    A longer excerpt titled “The greatest, most beautiful thing is compassion expressed through music” is found here:
    https://www.carnaticstudent.org/audio-dedication-to-her-guru-veena-dhanammal-by-savithri-rajan[]
  3. “Abraham Pandithar (1859-1919) was a Renaissance Man whose achievements, whether in traditional medicine, education, music, agriculture or photography, simply defy easy definition.” – Learn more: https://www.thehindu.com/society/history-and-culture/The-Renaissance-Man-of-Thanjavur/article17008238.ece[]
  4. Frontline Magazine & Deutsche Welle on 20 June 2023, Learn more: https://frontline.thehindu.com/news/explained-how-prehistoric-societies-were-transformed-by-the-sound-of-music-archaeology-findings-israel/article66989021.ece[]

“A defining period in Montessori’s outlook”: Letters from India

Maria Montessori Writes to Her Grandchildren

In October 1939, while the “storm of war was gathering in Europe”, Maria and Mario Montessori set off to India to deliver a training course and lecture tour. When Italy became involved in the war, the British rule of India did not give the Montessoris permission to leave; they were to spend close to seven years in India, which would become a defining period in Montessori’s outlook on life and education.

Maria & Mario Montessori with Rukmini Devi & George Arundale (Adyar/Chennai)

“Only the collaboration between the children and the adults will be able to solve the problems of our time.”
Maria Montessori Writes to Her Grandchildren 1

The letters Montessori wrote to her four teenage grandchildren in Holland give a completely new, private insight into that compellingly interesting period. We see a woman who is deeply connected to her family and friends. We also see her strong commitment to bringing progress and fighting illiteracy in India, which grew into an enduring love for the country and its people. Montessori’s colourful descriptions of her journey and life in India, her worries about her grandchildren in war-torn Europe, and her son’s imprisonment make a fascinating read.

Source: Maria Montessori Writes to Her Grandchildren (Association Montessori Internationale Montessori 150 © 2021)
https://montessori150.org/maria-montessori/montessori-books/maria-montessori-writes-her-grandchildren
Date Visited: 7 June 2023

Italian currency bill 3 October 1990

“Uttarayam”, Santiniketan, Bengal
6 January 1940

Dear Dr. Montessori,

It is a great joy to hear from you and have your good wishes which I warmly reciprocate. As you know, I am a great admirer of your work in education, and along with my countrymen think it very fortunate indeed that India, at this hour, can get your guidance in creative self-expression. 2 I am confident, that education of the young, which must underly all work of national reconstruction, will find a new and lasting inspiration from your presence.

May I hope that you will visit our Institution when you come to Bengal.

With kind regards,
Yours sincerely

Rabindranath Tagore 3

From 1939 until 1947 Dr. Maria Montessori worked closely with Rukmini Devi, founder of Kalakshetra (est. in 1936 in Adyar/Madras, now part of Chennai), an institution established for the integration of India’s cultural heritage and learning. Kalakshetra stands for an integrated approach to education all realms education – social, economic, crafts and performing arts, being both inspired and guided by India’s first Nobel Laureate Rabindranath Tagore whose  pioneering concept for informal learning was first tested and further developed at Santiniketan (“abode of peace”).

These pioneering efforts remain as relevant today as in the early 20th century when Maria Montessori and her associates realized that true education is more than a tool for succeeding in life as an individual or member of one’s own society: it is the very key to world peace and social justice (see, for example, her 1932 “Peace and Education” lecture published by the International Bureau of Education, Geneva).

Search for this book in libraries near you : https://search.worldcat.org/en/title/1273931392

  1. “Report on the First Indian Training Course in Education” (Madras, 11 November 1939) by Association Montessori Internationale (AMI) quoted in Maria Montessori Writes to her Grandchildren: letters from India, 1939-1946 (Amsterdam: Montessori-Pierson Publishing Company, 2020, p. 38[]
  2. man expresses himself age after age in new creations[]
  3. Transcription from a typewritten letter seen at Association Montessori Internationale in Amsterdam[]