De tambura

Tambura_sculpture_ArunDit belangrijkste begeleidingsinstrument van India – ook bekend als tanpura – sierde de salons van vorsten, kooplieden en courtisanes lang voordat het ruim een eeuw geleden zijn intocht deed in het openbare concertleven. Zijn huidige vorm, meestal met vier snaren, is sinds de zeventiende eeuw bekend. Het verenigt in zich kenmerken van de Indiase citer (vina of bin) met die van de langhals-luit. Van gelijkvormige instrumenten uit aangrenzende regio’s onderscheidt het zich zowel door haar functie als door de wijze van bespelen: waarschijnlijk al vanaf de dertiende eeuw gebruiken Indiase musici namelijk de grondtoon ‘Sa’. Deze wordt vrij gekozen overeenkomstig de stem van de zanger of het stemregister van het solo-instrument. Als steuntoon (bourdon) vormt hij het uitgangspunt voor melodische vormen, die men als raga (kleurschakering) aanduidt. Een rijke schat van zeer uiteenlopende raga’s maakt het zowel componisten als musici mogelijk elke denkbare stemming (rasa) uit de drukken

Tekst: Ludwig Pesch | Vertaling: Mieke Beumer | Art: V.C. Arun

Luister naar de klank van de tambura; hier bespeeld door Ludwig Pesch

The tambura (tanpura)

Text: Ludwig Pesch | Art: Arun V.C.Tambura_sculpture_Arun

The tambura – also known as tanpura – has long served as India’s most important accompaniment. It accompanies vocal and instrumental performers as well as dance musicians. It has embellished the salons of nobles, merchants and courtisans long before its arrival on the modern concert stage.

Its present form with four strings has been known since the 17th century. It combines the properties of two types of instruments, namely the ancient zither (veena or been) and the present long-necked lute (Sarasvati veena, sitar). Its function and manner of playing distinguishes the tambura from similar instruments used in neighbouring countries. This is because Indian musicians have used a fundamental note since about the 13th century.

Hundreds of melody types – known as raga (lit.’colours’) – have since been created, rediscovered and analysed. They all arise from a fundamental note, known as ‘sadja’, which is articulated as ‘Sa’ during a lesson or vocal performance.

The fundamental note is continuously sounded as the tambura’s ‘supporting’ or ‘base’ note (the bourdon or drone of western music). It is freely chosen in accordance with the vocal or instrumental range of the main performer.

With these basic elements composers, musicians and dancers are able to evoke any conceivable mood or aesthetic experience (rasa). This requires no more than a few additional notes, usually arranged in a particular sequence by which they are readily recognised by discerning listeners. The notes heard in any given raga are drawn from among the proverbial ‘seven notes’ (saptasvara). A competent musician also knows which notes need to be modified by means of embellishments (gamaka) and subtle shades achieved by intonation (sruti).

Listen to the tambura played by Ludwig Pesch

Die Tambura

Tambura_sculpture_ArunText: Ludwig Pesch | Art: V.C. Arun

Das wichtigste Begleitinstrument Indiens zierte die Salons von Fürsten, Kaufleuten und Kurtisanen. Seit dem frühen 20. Jahrhundert beflügelt der Klangreichtum gerade dieses Instruments die Fantasie eines neu entstehenden Konzertpublikums. Seither ist die aktive Teilnahme von Rasika genannten Musikliebhabern nicht mehr aus dem Musikleben Indiens wegzudenken.

Die Tambura (Tānpūra in Nordindien) hat meist vier Saiten. Ihre heutige Form ist seit dem 17. Jahrhundert bekannt und vereinigt Merkmale der indischen Zither (Vīnā oder Bīn) mit denen der Langhalslaute.

Von ähnlichen Instrumenten benachbarter Regionen (Tanbur) unterscheidet es sich sowohl durch seine Funktion als durch seine Spielweise. Spätestens seit dem 13. Jahrhundert bedienen indische Musiker sich nämlich eines Grundtons “Sa”, den sie – je nach Stimmlage oder Soloinstrument – frei wählen können.

Als Halteton (Bordun) bildet “Sa” den Ausgangspunkt für melodische Gestalten, die man mit “Färbung des Geistes” (Rāga), also Gefühlsausdruck, bezeichnet. Ein reicher Fundus recht unterschiedlicher Ragas ermöglicht es, jede nur denkbare Stimmung (Rasa) auszudrücken. 

Auf dieser scheinbar einfachen Grundlage entwickelten sich 72 Tonleitern als Orientierung für Komponisten, Musiker und Tänzer. Zudem schafft die Tambura ein geeignetes Umfeld, in dem der musikalische und poetische Ausdruck vieler Epochen und Kulturen zu einem Ganzen zusammenwachsen – und doch immer persönlich – bleiben konnte.

Hörbeispiel: Tambura gespielt von Ludwig Pesch

Wat is een raga?

door Joep Bor en Ludwig Pesch *

‘Die specifieke combinatie van tonen en melodische bewegingen, of dat unieke melodische geluid waardoor men in vervoering wordt gebracht, is volgens experts raga.’ Deze korte maar krachtige definitie van raga staat in de Brihaddeshi of Grote Volksmuziektradities van Matanga. Hij benadrukt dat talloze raga’s hun oorsprong in de volksmuziek (deshi) hadden. 

Raga is het belangrijkste en tevens het meest complexe begrip in de Indiase muziek. Niemand weet hoeveel raga’s er bestaan. Ook vroeger wist men dat niet. Er waren toen al zoveel raga’s in omloop die moeilijk van elkaar te onderscheiden waren, dat volgens Nanyadeva (1097-1147) zelfs ‘grote raga-geleerden zoals Matanga en zijn opvolgers, niet de raga-oceaan zijn overgestoken.’ 

Geschat wordt dat er tegenwoordig zowel in het noorden als zuiden van India zo’n tweehonderd bekende raga’s zijn, waarvan er ongeveer vijftig zeer regelmatig uitgevoerd worden. Daarnaast bestaan er duizenden zeldzame en verouderde varianten.

Kleur

Het woord raga is afgeleid van ranj, wat betekent ergens door ‘gekleurd’ of ‘ontroerd’ worden. Raga’s worden al genoemd in de oudste Indiase verhandeling over theater, muziek en dans – de Natyashastra van Bharata. Maar in de Indiase oudheid verwezen raga’s naar de specifieke emoties die een modus (jati) kon oproepen. In vele opzichten waren de jati’s de voorlopers van de raga’s.

Wanneer deze modi door raga’s vervangen werden is onbekend. Wel duidelijk is dat de muziek aan het eind van het eerste millennium een metamorfose had ondergaan. Er werd toen een onderscheid gemaakt tussen de oude, rituele muziek (marga) en de levende, regionale muziek (deshi). Raga’s waren de melodische fundamenten van de levende muziek, en zijn dat nog steeds. 

‘Raga kleurt de geest’, zei Matanga. De unieke ‘sound’ van een raga geeft dus een specifiek gevoel. Sterker nog, raga’s kunnen mensen tot extase brengen, waardoor zij hun dagelijkse beslommeringen even vergeten en in contact komen met een diepe emotie. 

Hoewel iedere raga een bepaalde gemoedstoestand oproept, zijn de verschillende stemmingen die door raga’s worden gecreëerd moeilijk onder woorden te brengen. ‘Je moet ze zelf ervaren’, zei Nanyadeva. Inderdaad, door vaak naar verschillende raga’s te luisteren, herken je zowel hun emotionele als muzikale Gestalt. En door een raga uit te voeren, geeft de musicus deze ‘vorm’ en brengt hij hem als het ware ‘tot leven’.

Voor sommige artiesten gaat dit zo ver dat de raga zich openbaart of manifesteert. minder spirituele musici beschouwen een raga echter als een melodische raamwerk waarbinnen zij kunnen componeren en improviseren.

Classificatie

Raga’s werden al in een vroeg stadium geassocieerd met een bepaalde kleur, godheid, planeet, seizoen en tijd van de dag. Vervolgens werden ze in korte contemplatieve gedichten (dhyana’s) als goddelijke of menselijke figuren verbeeld. Op die manier ontstond het idee dat iedere raga een eigen persoonlijkheid heeft. 

Bhairavi werd bijvoorbeeld beschreven als een mooie, intelligente jonge vrouw die god Shiva vereert ‘in een kristallen tempeltje bij het meer, met liederen die door het ritme van bekkentjes worden geaccentueerd.’ 

Ondanks het feit dat het moeilijk is om het begrip raga te definiëren, is er de laatste duizend jaar uitvoerig over de classificatie van raga’s en het verschil tussen de ene en de andere raga geschreven. Er zijn voortdurend nieuwe raga-systemen ontwikkeld, omdat raga’s niet statisch zijn en musici die steeds weer anders interpreteren. 

Tussen 1500 en 1900 waren de raga-ragini systemen het meest populair onder Noord Indiase musici. Hierin hadden zes ‘mannelijke’ raga’s ieder vijf of zes ‘vrouwen’ – ragini’s – en soms ook een aantal ‘zonen’. De poëtische beschrijvingen van raga’s en ragini’s werden ook in reeksen miniatuurschilderingen afgebeeld. Deze ragamala’s (letterlijk: raga-snoeren) waren een geliefd thema in de schilderkunst en er zijn vele tientallen van dergelijke albums bewaard gebleven. 

Toonladders

In het zuiden van India was men minder poëtisch wat de beschrijving van raga’s betreft en werden ze vanaf de zestiende eeuw op basis van hun toonmateriaal geclassificeerd. Uit allerlei combinaties van de zeven hele en vijf halve tonen werden toonladders geconstrueerd.

Het meest uitgebreide systeem van toonladders (mela’s) werd in 1620 door Venkatamakhi ontwikkeld. 

Aangezien niemand in het noorden meer begreep wat het muzikale verband tussen een raga en zijn ragini’s was, begonnen musici daar in de achttiende eeuw de Zuid Indiase classificatie op basis van toonladders te adopteren. Ook de invloedrijke musicoloog Vishnu Narayan Bhatkhande (1860-1936) was hierdoor beïnvloed. In zijn systeem worden alle raga’s ondergebracht in tien toonladders (thaats). 

Als Bhatkhande een biologisch werk had gelezen, dan zou hij zich gerealiseerd hebben hoe inconsistent en simplistisch zijn classificatiesysteem was: legio raga’s kunnen er namelijk niet in ondergebracht worden. Maar Bhatkhande was een pragmaticus en hij gebruikte de thaats omdat deze door sitarspelers werden gebruikt. Hij verzamelde duizenden composities in honderden raga’s en publiceerde deze in zijn zesdelige Kramik Pustak Malika, dat nog steeds als een standaardwerk geldt. Hierdoor is zijn classificatie ook nu nog de meest gangbare in het noorden.

Eigenschappen

Iedere raga is – evenals de oude Indiase modi – zelf een verzameling van zowel traditionele als populaire melodieën. Die duizenden liederen en instrumentale composities in een raga hebben een aantal eigenschappen met elkaar gemeen en drukken een bepaald muzikaal idee uit. In feite is een raga dus een melodische soort, maar in de Engelstalige literatuur wordt meestal de term melodic type gebruikt. 

Wat zijn de muzikale eigenschappen (lakshana’s) van een raga, waardoor deze zich van andere raga’s onderscheidt? In de eerste plaats is dat het toonmateriaal. De meeste raga’s hebben tussen de vijf en acht tonen. Maar hier moet meteen opgemerkt worden dat legio raga’s identiek toonmateriaal hebben. Een raga is dus veel ingewikkelder dan een toonladder.

Belangrijker dan de toonladder is de volgorde van de tonen, d.w.z. de manier waarop deze in stijgende en dalende lijn worden gebruikt. Dit is de eenvoudigste manier om een raga weer te geven. In veel raga’s worden in de stijgende reeks één of meer tonen weggelaten, en in sommige raga’s worden de tonen op een zigzag manier gebruikt. 

In de Noord Indiase raga Desh bijvoorbeeld worden E en A weggelaten in de stijgende reeks (C D F G B C’) terwijl in de dalende reeks (C’ Bb A G F E D C) alle zeven tonen worden gebruikt. Daarbij komt nog dat B in de dalende lijn verlaagd is.

Even belangrijk is de functie van de tonen. Iedere raga heeft één of twee dominante tonen die steeds weer herhaald en benadrukt worden, en tonen waarop improvisaties beginnen of eindigen. Zwakke tonen worden weliswaar minder gebruikt en nooit benadrukt, maar zijn daarom niet minder belangrijk. 

Daarnaast speelt ornamentatie een essentiële rol. De manier waarop tonen versierd worden is kenmerkend voor een raga. Er worden dan ook talloze typen versieringen (gamaka’s) in de muziekliteratuur beschreven. Opmerkelijk daarbij is dat de ruimte tussen te tonen vaak belangrijker is dan de noten zelf.

Tenslotte worden raga’s gekenmerkt door een aantal specifieke melodische bewegingen, waardoor men de raga onmiddellijk kan herkennen. Zo keert in raga Desh de frase D F G F E D steeds weer terug, waarbij de laatste drie noten nadrukkelijk met elkaar worden verbonden.

Bron: PRELUDIUM: maandblad voor liefhebbers van klassieke muziek, Concertgebouw Amsterdam (uitgave ter gelegenheid van het India Festival in november 2008)

* Joep Bor is de auteur van The Raga Guide, en Ludwig Pesch van The Oxford Illustrated Companion to South Indian Classical Music.

Tip: u vindt de boven genoemde publicaties makkelijk via internet of in een nabije bibliotheek, met behulp van Worldcat.org >>

Was die südindische Musik immer interessanter macht – Meine Welt Winter 2018/19

Foto: Rainer Hörig >>

Wie kaum einem anderen deutsch-stämmigen Musiker ist es Ludwig Pesch gelungen, tief in das Wesen der südindischen „klassischen“ Musik einzutauchen. Der Autor lebt heute in Amsterdam und ist als freischaffender Musiker, Sachbuchautor und Dozent tätig. Seine Erfahrung befähigt ihn, die karnatische Musiktradition auch einem Laienpublikum verständlich nahe zu bringen.

Zum Artikel >>

Die Wintermonate sind für Reisen nach Indien am besten geeignet. Dieses Heft schildert waghalsige Abenteuer und weniger bekannte Reiseziele, die neugierig machen. Autoren teilen Erfahrungen, die sie als Leiter von Gruppenreisen oder in einem Arbeitsaufenthalt machten. Junge Inderinnen und Inder, die in Deutschland aufwuchsen und durch Indien reisen, erleben zwiespältige Heimatgefühle. Indien beschert immer wieder Überraschungen und Wunder.

Online Ausgabe von Meine Welt & Archiv

Seit 1984 bildet die Zeitschrift MEINE WELT ein Forum des Austausches zwischen Migranten aus Indien und ihren deutschen Freunden. Sie erscheint dreimal im Jahr in einer Auflage von knapp 1000 Exemplaren – das größte Printmedium mit Indien-Bezug in der deutschsprachigen Presselandschaft!
Ein herausragendes Merkmal von MEINE WELT ist ihre enge Anbindung an die Leserschaft, die Hinweise, Themenvorschläge und komplette Artikel liefert. MEINE WELT ist kostenlos und werbefrei! Herausgeber ist der Diözesan-Caritasverband im Erzbistum Köln.

https://caritas.erzbistum-koeln.de/meine-welt/

“Unity in Diversity, Antiquity in Contemporary Practice? South Indian Music Reconsidered

Musik_Politik_Identität_Cover-2016“Unity in Diversity, Antiquity in Contemporary Practice? South Indian Music Reconsidered” by Ludwig Pesch (Amsterdam) in Gardner, Matthew; Walsdorf, Hanna (Hrsg.). Musik – Politik – Identität. Göttingen: Universitätsverlag, 2016 (Musikwissenschaften)

This essay evolved from a presentation for participants at the music conference “Music | Musics. Structures and Processes” held at Goettingen University (4-8 September 2012); with due credits to the editors.

ISBN13: 978-3-86395-258-7

Softcover, 17×24, 218 S.: 24,00 € Online Ausgabe, PDF (3.681 MB)

© 2016: Creative Commons licence Attribution-ShareAlike 4.0 International

Abstract

The “classical” music of South India is an amalgam of regional traditions and practices. Increasingly codified in the past five centuries, it is now known as Carnatic or Karnatak music. Like the Sanskrit term Karnâtaka Sangîtam, these Anglicisms denote “traditional” music besides distinguishing South Indian music from its northern (Hindustani) counterpart. Progressive scholars have long espoused the common goal of making teaching more effective for both idioms while safeguarding “authentity”. It may therefore seem odd that detailed notation has not been embraced by practitioners.

This paper probes the resilience of oral transmission in the face of modernity. It looks into the concerns shared by musicians who, while belonging to different cultures and periods, have much in common as far as performing practice is concerned: close integration of vocal and instrumental music. The role of manuscripts in Minnesang, as described by McMahon, also applies to Carnatic music: “songs were handed down in an oral tradition [and] the manuscripts were not intended to be used by performers.” (The Music of Early Minnesang Columbia SC, 1990.)

It will be argued that this fact is not just a question of some musicians’ conservatism, ignorance or irrationality; nor would it put the continuity of a living tradition at risk. On the contrary, Carnatic music reaches global audiences today while “ancient” roots are claimed even by those who cherish its association with musicians from other cultures throughout the 20th century.

About this publication

Music – Politics – Identity

Music always mirrors and acts as a focal point for social paradigms and discourses surrounding political and national identity. The essays in this volume combine contributions on historical and present-day questions about the relationship between politics and musical creativity.

The first part concentrates on musical identity and political reality, discussing ideological values in musical discourses.

The second part deals with (musical) constructions, drwawing on diverse national connections within our own and foreign identity.

Matthew Gardner & Hanna Walsdorf (eds.)

Musik – Politik – Identität

Musik ist immer auch Spiegel und Kristallisationspunkt gesellschaftlicher Paradigmen und politisch-nationaler Identitätsdiskurse. Der vorliegende Sammelband vereint Beiträge zu historischen und gegenwärtigen Fragestellungen, die um das Verhältnis von Politik und musikalischem Schaffen kreisen.

Im ersten Teil sind Beiträge zusammengefasst, die sich mit „Musikalischer Identität und politischer Realität“ befassen und dabei ideologische Zuschreibungsprozesse im Musikdiskurs thematisieren.

Der zweite Teil des Bandes umfasst Betrachtungen über „(Musikalische) Konstruktionen von eigener und fremder Identität“ aus verschiedensten nationalen Zusammenhängen.

Matthew Gardner & Hanna Walsdorf (Hg.)

Inhalt / Contents

Hanna Walsdorf und Matthew Gardner
Vorwort

I Musikalische Identität und politische Realität

Hanna Walsdorf
Deutsche Nationalmusik? Ein diskursgeschichtlicher Annäherungsversuch

Mauro Fosco Bertola
„Die Musik ist mediterran“: Orient, Latinität und Musikgeschichte, oder: Wie Nietzsche 1937 Italiens koloniale Macht legitimieren sollte

Yvonne Wasserloos
„Nordische Musik“ als Faktor der Propaganda der Nordischen Gesellschaft und der DNSAP in Dänemark um 1940

Simon Nußbruch
„Was ließen jene, die vor uns schon waren…?“ Musik in der Bündischen Jugend nach 1945

Gilbert Stöck
Methoden musikalischer Opposition in Portugal während der Salazar-Diktatur bei Jorge Peixinho und José Afonso

Paul Christiansen
‘The Stakes Are Too High For You to Stay Home’: Divergent Uses of Music in TV Political Ads in the 1964 U.S. Presidential Election

II (Musikalische) Konstruktionen von eigener und fremder Identität

Matthew Gardner
‘Das Land ohne Musik’? National Musical Identity in Victorian and Edwardian England

Rebekka Sandmeier
Reflections of European Culture in the Grey Collection (National Library of South Africa)

Mario Dunkel
Jazz and the Emergence of the African-Roots Theory

Dorothea Suh
Achim Freyers Mr. Rabbit and the Dragon King: Eine Interpretation des koreanischen P’ansori Sugungga

Ludwig Pesch
Unity in Diversity, Antiquity in Contemporary Practice? South Indian Music Reconsidered

Search for other publications by these authors in a library near you: 
WorldCat.org >>

Unity in Diversity, Antiquity in Contemporary Practice? South Indian Music Reconsidered – Free download

Musik_Politik_Identität_Cover-2016“Unity in Diversity, Antiquity in Contemporary Practice? South Indian Music Reconsidered” by Ludwig Pesch (Amsterdam) in Gardner, Matthew; Walsdorf, Hanna (Hrsg.). Musik – Politik – Identität / Music – Politics – Identity. Göttingen: Universitätsverlag, 2016 (Musikwissenschaften) | Abstract and contents >>

ISBN13: 978-3-86395-258-7

Softcover, 17×24, 218 S.: 24,00 € Online Ausgabe, PDF (3.681 MB)

Download for free here: http://resolver.sub.uni-goettingen.de/purl?univerlag-isbn-978-3-86395-258-7 >>
(Creative Commons licence Attribution-ShareAlike 4.0 International)

Santiniketan: Birth of Another Cultural Space – Free e-book by Pulak Dutta

Of all living creatures in the world, man has his vital and mental energy vastly in excess of his need, which urges him to work in various lines of creation for its own sake […] Life is perpetually creative because it contains in itself that surplus which ever overflows the boundaries of the immediate time and space.
Rabindranath Tagore in The Religion of an Artist *

KG Subramanyam with Pulak Dutta – Santiniketan 2009

Download : Santiniketan Birth of Another Cultural Space (free e-book) here >>

Pulak Dutta. Santiniketan: Birth of Another Cultural Space. Santiniketan 2015.
Contact: pulaksantiniketan@gmail.com

* Quoted by Pulak Dutta (p. 97) from Sisir Kumar Das (ed.). The English Writings of Rabindranath Tagore Vol 3. New Delhi: Sahitya Akademi 2006 (pp. 687-8)

“This music was created by people with heart and intellect”: Remembering the Jewish refugee who composed the All India Radio caller tune

Naresh Fernandes

All India Radio’s caller tune has been heard by hundreds of millions of people since it was composed in 1936. Somewhat improbably, the melody, based on raga Shivaranjini, was composed by the Czech man in the middle of the trio pictured above:  Walter Kaufmann. He was the director of music at AIR and was one of the many Jewish refugees who found a haven in India from the Nazis. […]

Detailed accounts of the musician’s life in Mumbai are to be found in film scholar Amrit Gangar’s book The Music That Still Rings at Dawn, Every Dawn, as well as in Agata Schindler’s essay, “Walter Kaufmann: A Forgotten Genius”, in the volume Jewish Exile in India: 1933-1945. The musician’s reason for coming to India was simple: “I could easily get a visa,” Schindler quotes him as saying in one of his letters. […]

“As I knew that this music was created by people with heart and intellect, one could assume that many, in fact millions would be appreciating or in fact loving this music… I concluded that the fault was all mine and the right way would be to undertake a study tour to the place of its origin,” he wrote. […]

His study would be so intense, it would result in books such as The Ragas of North India, The Ragas of South India : A Catalogue of Scalar Material and Musical Notations of the Orient: Notational Systems of Continental, East, South and Central Asia. […]

Source: Remembering the Jewish refugee who composed the All India Radio caller tune
Address: http://scroll.in/article/685009/remembering-the-jewish-refugee-who-composed-the-all-india-radio-caller-tune
Date Visited: Sun Mar 13 2016 18:53:34 GMT+0100 (CET)

Continue reading ““This music was created by people with heart and intellect”: Remembering the Jewish refugee who composed the All India Radio caller tune”

Veröffentlichung von “Raum für Ideen? Zeit zum Spiel! Zum Sinn eines unbefangeneren Umgangs mit der ‘klassischen’ Musik Indiens”

Der Vortrag mit dem Titel “Raum für Ideen? Zeit zum Spiel! Zum Sinn eines unbefangeneren Umgangs mit der ‘klassischen’ Musik Indiens” von Ludwig Pesch wurde in Über Europa hinaus – Indiens Kultur und Philosophie: Disputationes 2015 veröffentlicht. ISBN: 978-3-7065-5522-7
Umfang: 152 Seiten (kartoniert, durchgehend vierfarbig mit zahlreichen Fotos) und ist beim Studienverlag Innsbruck  erhältlich.

Mit Beiträgen von Bettina Bäumer, Heidrun Brückner, Erhard Busek, Veena Kade-Luthra, Karl-Josef Kuschel, Ludwig Pesch, Helga Rabl-Stadler, Claudia Schmidt-Hahn, Walter Slaje, Alarmél Valli, Michael von Brück und Annette Wilke.

Informationen über diese Veröffentlichung und alle hier genannten Autoren finden Sie auch auf Worldcat.org >>

Angaben aus der Verlagsmeldung:

MYTHOS INDIEN
Künstler, Religionswissenschaftler und Indologen begeben sich auf die Suche nach der indischen Spiritualität und ihrer Ausprägungen in Kunst und Kultur, erklären Kunstformen und Rituale und gehen der Frage nach, warum die Vielfalt der indischen Mystik und Ästhetik den Westen seit jeher fasziniert.

Der Bogen spannt sich von der wissenschaftlichen Abhandlung bis hin zum persönlichen Erfahrungsbericht der indischen Tänzerin Alarmél Valli, die ihren Körper als “tanzenden Tempel” versteht. Neben Erläuterungen zur Gestensprache hinduistischer Epen wird die spannungsvolle Wechselbeziehung von Musik, Religion und Lebensphilosophien beleuchtet und ermöglicht einen facettenreichen Einblick in Indiens Kultur und Philosophie. Literarisch wird die Annäherung an den Mythos Indien durch Texte von Stefan Zweig, Hermann Hesse, aber auch von Nietzsche und Beethoven, gewagt, die alle den Mythos Indien mit seiner spirituellen Vielfalt zum Inhalt haben.

Dieser Sammelband umfasst die Vorträge, die während der Disputationes im Rahmen der Ouverture spirituelle der Salzburger Festspiele 2015 gehalten wurden. Diese Disputationes wurden vom Herbert-Batliner-Europainstitut in Kooperation mit den Salzburger Festspielen ins Leben gerufen, um den spirituellen Prolog der Salzburger Festspiele mit Diskussionen und wissenschaftlichen Erörterungen zu bereichern und zur Reflektion über interkulturelle und interreligiöse Themen anzuregen.

Zugriff: 27-2-16